Op 28 juni was het precies 15 jaar geleden dat ik slaagde als spatadertherapeut.

Toen ik in 2011 begon, werkte ik zoals ik het geleerd had. Iemand kwam met een bepaalde klacht, ik keek of die in het geleerde plaatje paste en daar paste ik mijn behandeling op aan.

Daar is in 15 jaar behoorlijk wat in veranderd. Door veel verschillende benen te behandelen en door na- en bijscholing ben ik steeds verder gaan kijken.

Een paar benen hoort bij een persoon

Als iemand nu bij mij komt met zware, vermoeide of onrustige benen, kijk ik niet alleen naar de klacht. Ik wil ook weten hoe haar dagelijks leven eruitziet. Wat voor werk doet ze, hoe worden haar benen gedurende de dag belast en welke sport beoefent ze?

Ook hormonen blijken veel meer invloed op beenklachten te kunnen hebben dan ik tijdens mijn opleiding heb geleerd. Ik heb in mijn praktijk vrouwen meegemaakt die al veranderingen aan hun benen of enkels opmerkten voordat ze zelf wisten dat ze zwanger waren. Ook rond de eisprong kunnen klachten veranderen. En voor veel vrouwen die bij mij in de praktijk komen, speelt de overgang mee. Hormonale veranderingen kunnen ook invloed hebben op de bloedvaten.

Leeftijd speelt ook mee. Klachten die jarenlang maar af en toe aanwezig waren, kunnen in de loop van de jaren duidelijker worden. En erfelijkheid is iets waar ik altijd naar vraag. Spataderen en de aanleg voor klachten aan de benen komen vaak binnen families voor.

In de loop van de jaren ben ik me ook veel meer bewust geworden van de invloed van andere ziekten of gezondheidsproblemen. Niet alleen op de benen, maar op iemands hele welzijn. Ik heb bijvoorbeeld een cliënt die nog steeds kampt met de gevolgen van long covid. Daar is nog zoveel over onbekend. Ik kan dan mijn ogen en oren goed openhouden, zoveel mogelijk kennis blijven vergaren en per keer kijken wat op dat moment bij haar past.

Dat geldt ook voor cliënten die kanker hebben gehad, of die kanker krijgen terwijl ze al langere tijd bij mij komen. De situatie verandert en daarmee soms ook wat iemand aankan of nodig heeft. Dan moet ik blijven kijken naar de persoon die op dat moment voor me ligt en daarin meebewegen.

Ook de betekenis die iemand zelf aan een klacht geeft, verschilt. De ene vrouw omschrijft onrustige benen als een bijna niet te onderdrukken behoefte om te gaan staan of bewegen. Een ander heeft het over gekriebel. Alleen het woord ‘onrust’ zegt mij dus niet genoeg. Ik ben steeds meer gaan doorvragen.

Soms zit dat zelfs in taal. Hier in de streek wordt bijvoorbeeld gesproken over last van de ‘bille’, waarmee het bovenbeen wordt bedoeld. Voor mij is dat gewone streektaal, ik kom hier zelf vandaan. Collega's uit het westen met wie ik in het ziekenhuis werkte, viel juist op dat woorden hier soms een andere betekenis hebben.

Mijn handen zijn ook veranderd

Mijn manier van masseren is in die 15 jaar nog zachter geworden. Tegelijkertijd voel ik beter wat er onder mijn handen gebeurt, bijvoorbeeld verschillen in weefselspanning. Dat zogenoemde Fingerspitzengefühl ontwikkel je niet alleen uit een boek. Daar zijn veel uren aan de massagetafel voor nodig.

Ik werk daardoor minder volgens één vast patroon. Heeft iemand bijvoorbeeld een knieoperatie gehad, dan neem ik dat gebied altijd mee. Merk ik dat littekenweefsel of extra weefselspanning meer aandacht vraagt, dan kan ik technieken uit de littekenweefseltherapie gebruiken.

Ook voetreflexologie en holistic pulsing zijn meer onderdeel geworden van mijn behandelingen, bijvoorbeeld wanneer ik lichamelijke of mentale spanning merk.

De kleine ruwe handdoekjes waarmee ik vroeger na de massage over de benen ging, gebruik ik niet meer. Daar zijn zachtere manieren voor in de plaats gekomen.

Ervaring zit soms in heel kleine dingen

Na 15 jaar zit ervaring voor mij niet alleen in massagetechnieken. Het zit ook in vooraf vertellen wat ik doe. Als ik bijvoorbeeld met de handdoek de rand van een slip iets omhoog wil trekken om wat meer huid mee te kunnen nemen in de massage en de kleding te beschermen, geef ik dat aan of vraag ik het. Je zit tenslotte aan het lichaam van iemand anders. Voor mij is dat een kwestie van respect.

Het zit ook in iemand na de massage eerst rustig laten zitten voordat ze van de tafel stapt, en in het handdoekje dat op de grond klaarligt omdat er nog wat lotion onder de voeten kan zitten.

Ik leg na iedere behandeling vast wat ik heb gebruikt, bijvoorbeeld lotion met of zonder magnesium, en vraag bij een volgende afspraak hoe iemand op de behandeling heeft gereageerd. Zo kan ik later altijd terugkijken. Het zijn kleine dingen die je vaak pas echt leert door jarenlang met mensen te werken.

Steeds meer maatwerk

Ook de manier waarop ik afspraken opbouw, is veranderd. In het begin werkte ik met losse consulten. Later ben ik vijf wekelijkse massages achter elkaar gaan adviseren, met daarna een vervolg dat afhing van de situatie. Weer later heb ik een tijd met vaste trajecten gewerkt.

Nu adviseer ik de eerste vier massages wekelijks te plannen voor een goede start. Daarna wordt het veel persoonlijker. Hoe het verdergaat hangt af van de ernst van de klachten, iemands eigen inzet en haar werk- en leefomstandigheden.

Hetzelfde geldt voor oefeningen en adviezen. Ik blijf nieuwe dingen leren en als ik een oefening tegenkom die bij iemand past, geef ik die mee.

Een richtlijn heeft weinig zin als hij niet in iemands leven past. Een spatader heb je niet voor een paar weken, daar blijf je mee te maken houden. Dan kun je beter zoeken naar gewoontes die bij jouw leven passen en die je kunt blijven volhouden.

Wat ik mezelf in 2011 zou vertellen

Als ik nu tegenover de beginnende spatadertherapeut zou zitten die ik in 2011 was, zou mijn advies eenvoudig zijn:

Kijk verder dan je neus lang is.

Kijk niet alleen naar de klacht of naar wat er volgens het boek bij hoort. Kijk naar de persoon die voor je zit.

Na 15 jaar weet ik veel meer dan toen ik begon. Maar misschien is één van de dingen die ik vooral heb geleerd, dat geen mens hetzelfde is.

En dus ook geen paar benen.