Je kijkt naar je benen en denkt:
Ik zie eigenlijk helemaal geen spataderen.
Toch voelen je benen zwaar, vermoeid of onrustig.
Hoe kan dat?
Veel mensen denken bij spataderen aan een dikke, kronkelige ader die duidelijk zichtbaar op het been ligt. Maar spataderen zijn niet altijd meteen goed te zien. Ze kunnen in een vroeg stadium wel voelbaar zijn, maar nog nauwelijks zichtbaar. Om dat beter te begrijpen, helpt het om eerst te kijken naar hoe de bloedvaten in onze benen werken.
Het bloed moet ook weer omhoog
Ons lichaam heeft één groot bloedvatsysteem. Slagaders brengen het bloed vanuit het hart naar het lichaam. Via de aders stroomt het bloed weer terug richting het hart. En juist die terugweg vanuit de benen vraagt wat extra werk. Het bloed moet immers tegen de zwaartekracht in weer omhoog. Daarbij spelen de aders en de kleppen in die aders een belangrijke rol.
Drie adersystemen in de benen
Binnen het adersysteem van de benen onderscheiden we drie systemen.
Het oppervlakkige adersysteem
Dit ligt vlak onder de huid. Hier ontstaan de spataderen die uiteindelijk zichtbaar kunnen worden. Wanneer een ader duidelijk verwijd en kronkelig wordt, kun je hem aan de buitenkant van het been zien. Maar dat hoeft niet vanaf het begin zo te zijn.
Het diepe adersysteem
Dit ligt tussen de spieren. Via dit systeem stroomt het grootste deel van het bloed uit de benen terug richting het hart. Maar liefst 90% van de afvoer van het bloed vanuit de benen verloopt via het diepe adersysteem. Deze aderen kun je van buitenaf niet zien.
De verbindende aderen
Deze verbinden het oppervlakkige en het diepe adersysteem met elkaar. Ze zorgen ervoor dat het bloed vanuit het oppervlakkige systeem naar het diepe systeem kan stromen. Ook in deze aderen zitten kleppen die helpen om het bloed de goede kant op te laten stromen.
Wanneer kleppen in een oppervlakkige ader niet goed sluiten, kan bloed terugstromen en kan de druk in de ader toenemen. De ader kan daardoor wijder worden en uiteindelijk als spatader zichtbaar worden.
Wat je ziet en wat je voelt, hoeft niet hetzelfde te zijn
Alleen naar de buitenkant van je benen kijken, zegt daarom niet altijd zoveel over de klachten die je ervaart.
Iemand kan duidelijk zichtbare spataderen hebben en daar weinig last van hebben. Terwijl iemand anders nauwelijks iets aan de benen ziet, maar wel klachten ervaart.
Bijvoorbeeld:
- zware of vermoeide benen
- een strak of drukkend gevoel
- onrust in de benen
- kramp
- jeuk, steeds op een bepaalde plek
- vocht rond de enkels
Dat betekent niet automatisch dat spataderen de oorzaak van deze klachten zijn. Vergelijkbare beenklachten kunnen ook een andere oorzaak hebben.
Maar andersom is het dus ook niet verstandig om te denken:
Ik zie geen spataderen, dus daar kan het niet mee te maken hebben.
Kijk niet alleen naar wat zichtbaar is
Bij beenklachten zegt wat je voelt soms meer dan wat je aan de buitenkant kunt zien.
Hoe voelen je benen aan het einde van de dag? Merk je verschil na lang zitten of staan? Zijn je benen 's avonds zwaarder of onrustiger dan in de ochtend? Heb je bijvoorbeeld regelmatig kramp of jeuk die steeds op dezelfde plek terugkomt? Dat soort informatie helpt om een beter beeld te krijgen van wat er in je benen speelt. Want een duidelijk zichtbare spatader is maar één stukje van het verhaal.
Niet alle spataderen zijn meteen goed zichtbaar. En de hoeveelheid zichtbare spataderen zegt niet automatisch iets over de hoeveelheid klachten die je ervaart.
Daarom zegt bij beenklachten niet alleen wat zichtbaar is iets, maar is ook belangrijk hoe je benen voelen en wanneer je klachten ervaart.
