Je stapt onder de douche en ineens zie je hem zitten: een blauwe plek op je been. Geen idee waar die vandaan komt. Je kunt je niet herinneren dat je je hebt gestoten en toch zit er duidelijk een verkleuring.

Wat is een blauwe plek eigenlijk?

Een blauwe plek ontstaat wanneer kleine bloedvaatjes onder de huid beschadigd raken. Er lekt dan een beetje bloed in het omliggende weefsel. Dat zie je aan de buitenkant als een verkleuring.

Daar is lang niet altijd een flinke stoot voor nodig. Soms is ergens tegenaan lopen, druk op het been of een klein stootje dat je alweer vergeten bent al voldoende. Ook na een injectie of het prikken van bloed kan een blauwe plek ontstaan.

Waarom lijken blauwe plekken met de jaren sneller te ontstaan?

Naarmate we ouder worden verandert de huid. De huid wordt dunner en het weefsel eronder biedt minder bescherming aan de kleine bloedvaatjes.

Daardoor kan een stoot die vroeger nauwelijks iets achterliet nu wel een blauwe plek geven. Vooral op armen en benen kan dat behoorlijk zichtbaar zijn.

Ook medicijnen kunnen invloed hebben op het ontstaan van blauwe plekken. Denk bijvoorbeeld aan bloedverdunners. Daarom vraag ik tijdens een intake altijd naar medicijngebruik.

Als je benen gevoelig zijn

Als spatadertherapeut kijk ik niet alleen naar zichtbare spataderen. Ik kijk naar het hele been en naar wat ik aan de huid zie. Een blauwe plek is daarbij ook informatie. Hoe ziet de plek eruit? Is hij gevoelig? Weet iemand waardoor hij is ontstaan? En zitten er meer plekken?

Een blauwe plek hoeft overigens niet door spataderen te komen. Toch kunnen spataderen en blauwe plekken soms wel met elkaar te maken hebben. Als de kleppen in de aderen minder goed werken, kan de druk in de bloedvaten van de benen toenemen. Dat kan de bloedvaatjes kwetsbaarder maken, waardoor er gemakkelijker een blauwe plek ontstaat. Bij problemen met de bloedsomloop in de benen kan een blauwe plek soms ook langer zichtbaar blijven.

Zijn je benen daarnaast gevoelig of pijnlijk, dan ga je ze soms ongemerkt wat meer beschermen. Een tik met speelgoed van een kleinkind of een kind dat op schoot klimt, kan dan al vervelend zijn. Zo'n klein stootje kan ook een blauwe plek achterlaten, terwijl je later niet meer weet waar die vandaan kwam. Voor mij is dat een reden om bij spataderklachten niet alleen naar een blauwe plek te kijken, maar naar het hele been.

Wanneer valt een blauwe plek op?

Een blauwe plek verandert normaal gesproken van kleur. Vaak zie je dat de plek na verloop van tijd groen-geel wordt en vervolgens steeds verder verdwijnt. Dat proces kan een aantal dagen duren en bij grotere blauwe plekken ook langer.

Een plek die er al wat langer zit of waarvan je het idee hebt dat hij maar niet kleiner wordt, verdient wat meer aandacht. Een eenvoudige manier om dat zelf in de gaten te houden, is een lijntje om de omtrek van de plek te zetten met bijvoorbeeld een pen of gekleurde stift. Houd dat lijntje wel bij als het vervaagt. Zo kun je beter zien of de blauwe plek daadwerkelijk dezelfde afmeting houdt of toch langzaam kleiner wordt. Je kunt daarnaast iedere keer een foto maken. Daarmee krijg je een duidelijker beeld van de verandering en heb je, als dat nodig is, ook iets om aan je huisarts te laten zien.

Krijg je ineens veel meer blauwe plekken dan je gewend bent, ontstaan ze zonder duidelijke aanleiding of blijft een plek opvallend lang aanwezig, dan is dat een reden om er wat beter naar te laten kijken. Zeker als er ook toenemende pijn, zwelling of andere spontane bloedingen bij komen.

Dan is het verstandig om niet zelf te bedenken waar het door komt, maar het met je huisarts te bespreken.

Kijk eens wat vaker naar je benen

We besteden vaak pas aandacht aan onze benen als ze pijn doen, zwaar aanvoelen of als er duidelijke spataderen zichtbaar worden.

Maar je huid vertelt ook iets. Een blauwe plek, verkleuring of verandering die er eerder niet zat, hoeft niet meteen iets ernstigs te betekenen. Het is wel goed om te weten wat voor jouw benen gebruikelijk is.

Want juist als je je eigen benen kent, valt een verandering eerder op.